Agriterra-ervaring Jan Fledderus: “Mooi om vanuit je expertise iets goeds te doen voor de wereld.”

Agriterra en ForFarmers zijn in 2017 gaan samenwerken om boerenorganisaties en coöperaties in opkomende landen te helpen professionaliseren. Sindsdien hebben al diverse medewerkers / dealers van ForFarmers de kans gehad hun kennis in te zetten voor adviesopdrachten van Agriterra. Ook dit najaar zijn drie collega’s met een Agriterra-opdracht op pad geweest. Zo is Jan Fledderus, Innovation Manager Piglets bij het Nutritie Innovatie Centrum, net terug van een week in de Filipijnen. Zijn opdracht was om de concurrentiekracht van een coöperatie op het gebied van nutritie te verbeteren.

Een prachtige kans en uitdaging

Afbeelding: Agriterra_JF5_groep feed mill_360x270

“Toen ik op ons intranet de oproep van ForFarmers en Agriterra las, om vanuit je expertise iets goeds te doen voor de wereld, dacht ik meteen: hoe mooi is dat, zeker als je dat in opkomende landen kan doen”, zo begint Jan Fledderus enthousiast zijn verhaal. “Daarnaast is het een prachtige kans en uitdaging om ervaring op te doen in een ander land, in een totaal andere cultuur.”

25.000 leden

Jan: “Ik mocht voor een coöperatie in de Filipijnen bekijken hoe ze met nutritie hun concurrentiekracht kunnen verbeteren.” De coöperatie in kwestie is 50 jaar geleden opgericht in een regio waar veel zogenaamde backyard farms liggen; bedrijfjes met stallen achter hun huis met zo’n 100-200 vleesvarkens. Inmiddels telt de coöperatie zo’n 25.000 leden. “Dit zijn niet allemaal varkenshouders; je kunt ook als burger of consument lid zijn, want de coöperatie levert een breed pakket: van agrarische producten tot benzine en alles wat ertussenin zit. Mijn opdracht had overigens alleen betrekking op het varkensgedeelte. Voer is namelijk hun belangrijkste activiteit. Hun fabriek produceert voor 90% varkensvoer.”

Een week de tijd... hoe pak je dat aan?

Op de eerste dag bespreek je met elkaar de opdracht en de wederzijdse verwachtingen. De coöperatie had drie vraagstukken: hoe kunnen wij via receptuur onze concurrentiekracht verbeteren? Wat zijn alternatieve grondstoffen voor mais? En hoe kunnen wij een professioneel netwerk opbouwen om het nutritieteam binnen ons bedrijf te versterken?
Een week om met een advies te komen, dat lijkt erg kort. Jan: “Het is zaak focus te houden op de doelen die je met elkaar afspreekt. Ik heb daarom gebruik gemaakt van onze VIDA-aanpak en me gericht op grondstoffenkwaliteit, productieproces, receptuur en kennis over toepassing. Deze onderdelen heb ik met het betrokken team geanalyseerd om te achterhalen waar quick wins te realiseren zijn.”

Om een goede analyse te kunnen maken, werd een bezoek gebracht aan de fabriek, het lab en een varkensbedrijf. Jan: “Je kijkt naar de kritische factoren en de verbetermogelijkheden: hoe loopt de inname van grondstoffen en wat is de kwaliteit? Maar ook: welke methodes zijn beschikbaar in het lab, hoe gaan ze om met kwaliteitsanalyses en -borging van grondstoffen?”

Afbeelding: Agriterra_JF7_groep_720x290

Hittestress

Samen met onder andere een dierenarts en twee nutritionisten bezocht Jan een zeugenbedrijf met 500 zeugen, dat eigendom is van de coöperatie. “Een zeugenbedrijf in de Filipijnen is ECHT anders dan een zeugenbedrijf in West-Europa. Zo hebben ze te maken met een tropisch klimaat en een temperatuur van 30-35 graden. Dit heeft gevolgen voor de bigproductie en -kwaliteit. Op hun manier zijn ze goed bezig, maar wel erg basic. Je merkt dat kennis en ervaring ontbreekt. Zo leggen ze zeugen met hittestress voor een ventilator die keihard waait. Het doel is de zeug te koelen, maar een zeug zweet niet zoals een mens. Dus die ventilator is niet effectief. Een zeug koel je met frisse wind bij de neus of door waterverneveling. Die ventilator heeft in feite een negatief effect, want biggen kunnen niet tegen tocht. Dit is bij ons basiskennis, maar daar dus niet. Zelfs niet bij de dierenarts. Ze staan echter wel open voor discussie en zijn erg leergierig. En met relatief simpele aanpassingen kunnen ze snel concrete verbeteringen van 10 tot 20% realiseren. Dat is mooi.”

Kun je in zo’n week ook écht iets overdragen?

De week wordt afgesloten met een eindrapportage, met aanbevelingen en actiepunten. De opvolging daarvan ligt bij de Agriterra-organisatie in de Filipijnen. Daarbij worden zowel de lokale medewerkers van Agriterra als de medewerkers van de coöperatie betrokken. “Zo weet je ook zeker dat het niet bij aanbevelingen blijft“, aldus Jan. “Het was een jong en enthousiast team met een open en prettige werkhouding, de cultuur echt relaxed. Zo'n positieve en open werkhouding binnen een team is echt de sleutel om zaken gedaan te krijgen. En ja, de verbeterpunten die ik alleen in deze week al ten aanzien van de receptuur heb gesignaleerd en met hen heb besproken, zijn meteen toepasbaar. En ze leveren hen een besparing op van 22 miljoen pesos, ruim 350 duizend euro per jaar!”

Afbeelding: Agriterra_JF2_bord_720x290

Wat heeft het jou gebracht?

“Het is echt super indrukwekkend om zoiets te mogen doen. Het is – ondanks dat het een opdracht is – ook een avontuur. Je komt op plekken waar je als toerist nooit zou komen. Je beseft dan ook weer hoe goed we het hier hebben…”

Nog een leuke anekdote?

Afbeelding: Agriterra_JF3_zakgoed

“Het lossen van een auto met grondstoffen is bij ons niet zo spannend, maar daar is het wel een dingetje: dan komt er een pick-uptruck vol zakken van 50 kilo, acht hoog opgestapeld. Een paar mensen klimmen op die stapel zakken op de pick up en droppen ze met behulp van een haak naar het vangteam. Met één auto waren een man of 10 bezig. De voerkosten per varken  zijn mede daardoor zo’n 15 euro hoger dan in Nederland."
En dan, met een grote grijns: "Na een week met in de ochtend rijst, middag rijst, avond rijst ben ik even klaar met rijst… “

Cookies Wij gebruiken cookies om de website optimaal te laten functioneren en om in te spelen op de informatiebehoefte van onze bezoekers. Door gebruik te maken van onze website stemt u in met het plaatsen van cookies. Lees meer hierover in onze privacy- en cookieverklaring.